Hodgkin

Een lymfoom is een tumor in het lymfestelsel, lymfeklierkanker. Naast de zeldzamer voorkomende Burkitt’s lymfoom en mycosis fungoides is één van de typen lymfomen het Hodgkin-lymfoom. Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 350 mensen dit lymfoom. Het is een ziekte van jonge mensen, treft iets vaker mannen dan vrouwen en komt het meest voor bij mensen tussen 15 en 45 jaar. Dit in tegenstelling tot het non-Hodgkin-lymfoom, dat vooral voorkomt op oudere leeftijd.

Oorzaken
Het lymfestelsel bestaat uit lymfe. Lymfe is een lichtgele, heldere vloeistof die in de weefsels in het hele lichaam voorkomt. In de vloeistof bevinden zich witte bloedcellen (voornamelijk lymfocyten) en enkele rode bloedcellen. De witte bloedcellen hebben als taak infecties te bestrijden.
Lymfe stroomt vanuit de weefsels door de zogenoemde lymfevaten en wordt uiteindelijk aan het bloed toegevoegd dat door de aderen circuleert. Bij de oksels, het onderlichaam, de liezen en de hals zijn grote groepen lymfevaten aanwezig. Op bepaalde plaatsen langs de lymfevaten bevinden zich talrijke lymfeknopen.

Een lymfoom is een verzamelbegrip voor tumoren die ontstaat door ongeremde celgroei van de lymfocyten in het lymfestelsel. Een Hodgkin-lymfoom (nieuwe naam voor de ziekte van Hodgkin) is daar een voorbeeld van. Dit kan op verschillende plaatsen in het lymfestelsel ontstaan, onder andere in de:
· lymfeknopen;
· milt;
· thymus (zwezerik);
· amandelen;
· beenmerg.

Over de oorzaken van het ontstaan van een Hodgkin-lymfoom is nog weinig bekend. Erfelijkheid speelt bij het ontstaan geen rol van betekenis.

Verschijnselen
Kenmerkend voor lymfeklierkanker is de aanwezigheid van stevige, pijnloze zwellingen van de lymfeknopen. Ook bij infecties zijn de lymfeknopen opgezwollen, maar dan gaat de zwelling gepaard met pijn bij aanraking. Verder zijn de verschijnselen weinig specifiek: perioden met koorts, gewichtsverlies en een gebrek aan eetlust, sterke vermoeidheid en vooral ´s nachts hevige transpiratie.
Door de abnormale toename en wildgroei van cellen kunnen de lymfocyten niet goed meer functioneren. Hierdoor verliest het lichaam een deel van zijn afweer tegen virussen en bacteriën, waardoor gemakkelijker infecties ontstaan.

Diagnose
In eerste instantie wordt lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek verricht.
Bevestiging van de diagnose kan worden gesteld op basis van het wegnemen van een stukje weefsel uit het aangedane lymfeweefsel en het beenmerg (via de bekkenkam of borstbeen): een biopsie. In het weefsel van een lymfeknoop van een patiënt met een Hodgkin-lymfoom zitten zogenaamde Reed-Sternbergcellen. Op grond van microscopisch onderzoek kunnen we vier typen onderscheiden, die ieder hun karakteristieken hebben bij verloop en behandeling.

Daarnaast is het belangrijk te bepalen in welk stadium van uitbreiding de ziekte is, of het uitgezaaid is en waar naartoe. Ook dit heeft consequenties voor de behandelingsmogelijkheden en verwachtingen. Er worden röntgenfoto’s gemaakt, onderzoek wordt verricht om het functioneren van lever en nieren te controleren.
Doordat de ziekte van Hodgkin in alle lymfeknopen in het lichaam kan voorkomen, kan het nodig zijn een CT-scan van het hele lichaam te maken.

Behandeling
Meer dan negentig procent van de patiënten met een Hodgkin-lymfoom zonder uitzaaiingen, wordt genezen door radiotherapie. De kans op genezing is dus vrij groot. Bij patiënten bij wie de ziekte is uitgezaaid (laat stadium), is het percentage genezingen laag. Gemiddeld genomen leeft na vijf jaar nog tachtig procent van de patiënten.

Behandelmethoden bij lymfomen zijn radiotherapie (bestraling), geneesmiddelen om de kankercellen te vernietigen (chemotherapie), of een combinatie van beide. Ook kunnen bepaalde lymfomen met succes worden bestreden met bepaalde stoffen die het afweersysteem van de patiënt versterken (immunotherapie). Een andere mogelijkheid is een transplantatie met stamcellen.
Stamcellen zijn zeer jonge bloedcellen in het eerste stadium van hun ontwikkeling. Zij specialiseren zich tot rode bloedcellen (die zuurstof vervoeren), witte bloedcellen (die ziekten en infecties bestrijden) en bloedplaatjes (cellen die een rol spelen bij de bloedstolling). Deze stamcellen kunnen worden getransplanteerd naar de patiënt, nadat eigen cellen kapot zijn bestraald. Hierdoor zijn ook de kwaadaardige cellen niet meer aanwezig en wordt het tekort aan cellen opgevuld door de transplantatie.

In gevallen van gevorderde stadia van kanker vanuit andere organen, waarbij er uitzaaiingen zijn naar de lymfeknopen of lymfevaten, is het aantal genezingen meestal aanzienlijk lager. Behandeling is afhankelijk van de primaire tumor.

Wat kunt u zelf doen?
De werking van het afweersysteem wordt door chemotherapie onderdrukt. Daardoor is de patiënt vatbaarder voor infecties. Als de patiënt koorts krijgt, moet hij of zij onmiddellijk een arts raadplegen.
Zowel bestraling als chemotherapie kunnen de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden. Voor mannen is het van belang met de arts te bespreken of er zaad moet worden ingevroren.